SONDERINGEN MET DIJKENCONUS

Een “dijkenconus” is een zeer nauwkeurige conus met een meetonnauwkeurigheid van 7,5 kPa (ruim 4 keer nauwkeuriger dan een klasse 1 conus) met een a-factor van 0,99. Dit laatste betekent dat de conusweerstand niet behoeft te worden gecompenseerd voor de waterspanning en feitelijk direct qnet wordt gemeten.

Een normale sondeerconus is direct achter de conuspunt ingesnoerd teneinde de kleefmantel te kunnen plaatsen (zie onderstaan figuur).

(Tekst gaat verder na figuur)

Doorsnede kleefmantelconus (bron: protocol sonderen voor su bepaling)

Dit betekent dat de water(over)spanningen die kunnen ontstaan tijdens het sonderen, en die in klei en veenlagen tot hoge waarden kunnen oplopen, ook in de spleet tussen de conuspunt en het conushuis kunnen werken, en dientengevolge de totale conusweerstand (qc) verlaagt.
Om de werkelijke conusweerstand (qnet) te bepalen zal deze moeten worden gecorrigeerd voor de waterspanning op de u2 positie (net achter de conuspunt) afhankelijk van de a-waarde. De a-waarde is de verhouding tussen Ac en An.
De werkelijke conusweerstand qnet is van essentieel belang bij het bepalen van de Nkt-factor, de relatie tussen de conusweerstand en de in het laboratorium bepaalde ongedraineerde schuifsterkte su.

Bij het gebruik van de dijkenconus is geen correctie nodig voor de gemeten waterspanning, immers de a-factor is nagenoeg 1. De qnet wordt dus direct gemeten én met een aanzienlijk hogere nauwkeurigheid dan bij een klasse 1 conus. Er worden geen onnauwkeurigheden geïntroduceerd door de correctie voor de waterspanningen, waardoor een betere relatie kan worden gelegd met de ongedraineerde schuifsterkte su bepaalt in het laboratorium.

Een “nadeel” van de dijkenconus is dat deze, vanwege de hoge nauwkeurigheid, een beperkt meetbereik heeft waardoor alleen in holocene afzettingen kan worden gesondeerd en niet in zand met hogere conusweerstanden. Dit hoeft geen probleem te zijn omdat sonderen in zand met de dijkenconus geen toegevoegde waarde heeft, omdat zand gedraineerd reageert, en van zand geen su kan worden bepaald.