WINDTURBINES

Inpijn Blokpoel ingenieurs is al enige decennia betrokken bij de ontwikkeling van windparken. Daarbij worden onderzoeken en adviezen verstrekt voor de installatie van de windturbines en voor de aanleg van de kraanopstelplaatsen en bouwwegen hiervoor.

Fundering Windturbines

Het specifieke van deze onderzoeken is dat bij de turbines de ondergrond tot op diepte van 35 m of dieper moet worden onderzocht om een ontwerp voor de fundering van de windturbines te kunnen uitwerken. Daarbij wordt gewerkt volgens de specificaties van veelal buitenlandse windturbine leveranciers. De onderzoeken die Inpijn-Blokpoel ingenieurs verricht, geschieden overwegend in Nederland, België en Duitsland. De voertaal is Engels. Het merendeel van de turbines wordt op palen gefundeerd. Incidenteel, bij een goed draagkrachtige ondergrond relatief kort onder maaiveld, kan op staal worden gefundeerd.

Bij het ontwerp van de fundering wordt conform de NEN/ABN  de draagkracht (druk- en trek) en vervorming van de fundering bepaald, waarbij rekening wordt gehouden met de paalconfiguratie. Tevens wordt bij een paalfundering de totale vervorming van de fundering met de palen beschouwd en daarnaast de mogelijk vervormingen en momenten ten gevolge van horizontale belastingen op de palen.

Kraanopstelplaatsen

Bij de aanleg van de kraanopstelplaatsen wordt gestreefd naar een eenvoudige fundering (zogenaamde fundering op staal). Hierbij kan met een minder diepe verkenning van de ondergrond worden volstaan; vooral de eigenschappen van de toplagen van de ondergrond en het grondwaterniveau zijn van belang voor het ontwerp. Bij de kraanopstelplaatsen is sprake van relatief hoge belastingen, die kort durend optreden en vaak worden ze op een slappe ondergrond aangelegd. Bij de adviezen worden de Stowa handreiking 02 2019  “Kraanopstelplaatsen bij de bouw van windturbines” en de richtlijnen van de turbineleveranciers gevolgd.

Over het algemeen kunnen we stellen dat voor deze kraanopstelplaatsen een ontwerp met een laag menggranulaat op verdicht zand, al dan niet met grondwapening,  wordt geadviseerd om de door de leverancier vereist draagkracht te behalen. Tevens worden de afmetingen van de schotten bepaald, afhankelijk van de aangeleverde belastingen van de stempel of rupskraan. Hierbij wordt volgens NEN997-1 getoetst op zowel de geotechnische draagkracht (gedraineerd en ongedraineerd) als op doorponsen. Zo nodig worden ook maatregelen uitgewerkt om de zettingen te reduceren door b.v. voorbelasten, etc. en wordt de macro-stabiliteit gecontroleerd als er sprake is van sloten of taluds naast de kraanopstelplaatsen.

Incidenteel worden in samenwerking met de project-constructeur ontwerpen met een paalfundering uitgewerkt. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met horizontale krachten op de palen.

Bouwwegen

Vanaf de openbare weg en/of tussen de turbines worden toegangswegen aangelegd. Ook hiervoor worden door de leveranciers specificaties verstrekt. Tijdens de bouw worden deze wegen relatief zwaar belast door het bouwverkeer. In deze periode worden aslasten verwacht in de orde van 12 tot 16 ton. Na de bouw zijn de belastingen beduidend geringer. Het merendeel van deze wegen is een onverharde weg, bestaande uit een laag menggranulaat op verdicht zand, al dan niet met grondwapening. Voor de bouwwegen wordt door ons gebruik gemaakt van de CROW-publicaties en NEN997-1 om de draagkracht en stabiliteit te toetsen.

Aanvullende specialistische adviezen

Daarnaast zijn voor de aanleg nog vaak aanvullende specialistische onderzoeken en adviezen gewenst zijn zoals b.v.:

  • Bemaling van de bouwputten.
  • Trillingspredicties
  • Stabiliteitscontroles bijvoorbeeld bij bouwen nabij waterkeringen, watergangen en/of op ophogingen, etc.
  • Zettingsanalyses voor ophogingen.
  • Advies voor aanleg van heiplateaus.

Ook bij voornoemde specialistische adviezen kunnen wij u van dienst zijn.

UItvoeringsbegeleiding

Verder zijn we ook betrokken bij de begeleiding van de uitvoering. De werkzaamheden hiervoor bestaan o.a. uit:

  • Begeleiding van het boor- en/of heiwerk van de turbines.
  • Controle van hei- of boorstaten in relatie tot het ontwerp.
  • Controle van de draagkracht van de bouwputbodem.
  • Controle van de verdichting van de funderingslagen middels statische, dynamische plaatdrukproeven en sonderingen.
  • Ondersteuning en advies bij problemen in de bouwput, tijdens heiwerk of bij instabiele kraanopstelplaatsen.
  • Monitoring van zettingen en vervormingen bij de aanleg.